Hoe word ik Matthijs van Nieuwkerk?

Wat kun je daarmee worden dan?

‘En wat studeer jij dan?’
-‘Nederlands’
‘O. Want kun je daarmee worden?’
‘Uh.’

Ik geloof dat ik dit gesprek in de afgelopen drie jaar om en nabij de miljoen keer heb gevoerd.

picjumbo-com_img_3642

Variaties zijn ‘word je leraar dan?’ (nee) en ‘o jee, ik ben heel slecht met d’s en t’s’ (nou en). Een verklaring is gemakkelijk te geven. Bij beroepsopleidingen als ‘dierverzorging’ of ‘leraar Duits’ is het duidelijk wat je er uiteindelijk mee kan, bij veel universitaire opleidingen is dat geenszins het geval. Het zijn niet alleen anderen die geen idee hebben, veel studenten weten zelf ook niet waar ze terecht gaan komen. Dat is leuk, want je kunt heel veel worden. Maar het is ook lastig, want je kunt heel veel worden.

Matthijs van Nieuwkerk?
Ook ik heb geen idee. Ik antwoord wel eens voor de grap dat ik Erik van Muiswinkel of Matthijs van Nieuwkerk word (hebben beide Nederlands gestudeerd), maar die bestaan al. Met lichte radeloosheid en paniek bezocht ik daarom afgelopen studiejaar de studieadviseur met de vraag welke master ik toch in vredesnaam moest kiezen. Toen sprak hij het magische woord ‘stage’. Het zit dan niet standaard in het universitaire programma en je loopt op z’n minst een half jaar vertraging op, het kán. Ik had er nog nooit aan gedacht, stage lopen! Vijftig websites, negen brieven, een handjevol zenuwen en een sollicitatiegesprek later, kreeg ik een mail. ‘Goed nieuws, je bent van 1 september welkom bij de Volkskrant, op de redactie V.’

U spreekt met Lotte .. van de Volkskrant
Nu zit ik in Amsterdam. Na drie jaar theorie in Groningen, loop ik nu rond op de redactie van de Volkskrant in Amsterdam. Dat klinkt cool (is het ook), maar ook heel spannend. Opeens moet ik dingen doen. Ik werk samen met ontzettend goeie en daardoor in mijn ogen licht intimiderende figuren. Ik moet mensen bellen, ideeën pitchen en word zonder noemenswaardige instructies erop gestuurd voor een reportage. Natuurlijk heb ik, zeker deze eerste dagen, het gevoel dat ik ontzettend aan het klungelen ben, dat ik door de mand ga vallen, dat ik dit helemaal niet kan. Maar ik vind het ook leuk. Omdat ik serieus genomen word, en omdat ik in een omgeving werk met professionals die de lat hoog leggen en mij heel veel kunnen leren. (Én omdat ik vanochtend iemand belde met de tekst, ‘hallo u spreekt met Lotte Wijbrands van de Volkskrant’. MOEHAHA.)

Van de universiteit naar de praktijk
Een voordeel is ook dat de gesprekken zoals aan het begin beschreven afnemen. Het is nu, ‘studeer je journalistiek?’, ‘nee, Nederlands,’ ‘o, daarmee kun je dus ook de journalistiek in, wat leuk.’ Dat is fijn. Het is even omschakelen van universiteit naar praktijk, maar ik ben er nu al van overtuigd dat het ontzettend goed, leuk en leerzaam is. En ach, zo groot is het verschil tussen een journalist en een student ook weer niet. Vandaag ving ik dit gesprek op, tussen twee vijftigers op de redactie:

Zo, toch weer dronken hè!’

-‘Ja zo hé, dat was lang geleden. Potverdomme’

‘Ja, ik bén thuis gekomen. Ik weet niet meer via welke route, maar ik ben thuis gekomen.’

Amsterdam, 6 september 2016

Meer lezen?